Nederlandse CD's

< terug naar overzicht

Aanhef

Aanhef (1990)
  • componist: Tom Löwenthal
  • uitvoerenden: Amsterdams Theaterkamerkoor
  • extra informatie: Het bekendste van de dertien liederen op deze tweede Löwenthal-CD is waarschijnlijk 'Onze vader verborgen' met het canonische slot 'Van U is de toekomst'. Naast het tafelgebed 'Kom over ons met uw geest' en het adventslied 'Neerdalen als dauw' vinden we hier ook een paar grotere, cantate-achtige composities als 'Als blinden tasten wij langs de muur' (Jesaja 59, 10) en 'Dieper dan de brandhaard in het vuur is' (naar een woord van Augustinus).
  • prijs: geen prijs beschikbaar
Tracks op deze CD:
nr.titel
1.Onstilbare tonen
verzameld liedboek:Onstilbare tonen,  pagina 510
2.Ergens komt een kind vandaan (Lied voor bijna iedereen) [beluister fragment]
verzameld liedboek:Ergens komt een kind vandaan (2),  pagina 736
3.Als blinden tasten wij langs de muur [beluister fragment]
verzameld liedboek:Blindenlied,  pagina 352
bijbelplaats:Jesaja 59:10
4.Damp, schaduwen, leegte
verzameld liedboek:Het licht is zoet,  pagina 926
bijbelplaats:Prediker 1:2-3; 11:7
5.Dat ik aarde zou bewonen
verzameld liedboek:Dat ik aarde zou bewonen (1),  pagina 282
bijbelplaats:Genesis 2:15
6.Was Esther niet zo mooi geweest
verzameld liedboek:Lied van Esther,  pagina 368
7.Ik was in de aarde (Lied van nog leven)
verzameld liedboek:niet opgenomen
8.De bekers waaruit wij dronken
verzameld liedboek:Klaaglied over Jeruzalem,  pagina 359
bijbelplaats:Psalm 137
9.Hier begint de dienst van de tafel - tafelgebed
verzameld liedboek:Kom over ons met uw geest,  pagina 638
10.Neerdalen als dauw uit de hemel [beluister fragment]
verzameld liedboek:Lied van het verloren land,  pagina 358
bijbelplaats:Jesaja 45:8; Jeremia 4:22-31
11.Naaste. Vreemde. Jood. Zaad.
verzameld liedboek:Negentwintig namen voor Jezus van Nazaret (2),  pagina 464
12.Onze vader verborgen [beluister fragment]
verzameld liedboek:Onze vader verborgen,  pagina 250
13.Dieper dan de brandhaard in het vuur is
verzameld liedboek:Tijdloos lied,  pagina 228