Kees Kok

Cornelis Kok (1948) deed Gymnasium-α aan het kleinseminarie Hageveld in Heemstede en studeerde daarna theologie aan de toenmalige Katholieke Theologische Hogeschool van Amsterdam. Tijdens zijn studie was hij twee jaar dirigent van het jongerenkoor van de Martelaren van Gorcum in Amsterdam en tien jaar van het koor van de Lucaskerk in Amsterdam-Osdorp. In 1980 studeerde hij af op 'Liturgie tussen wal en schip. Over de officieel-kerkelijke liturgievernieuwing na Vaticanum II'. Direct daarna kwam hij in dienst bij Stichting Leerhuis & Liturgie, eerst als studiesecretaris en van 2002 tot 2011 als directeur. In De Nieuwe Liefde coördineert hij alle projecten op het gebied van leerhuis en liturgi(sch)e (muziek).
In de loop der jaren heeft hij talloze lieddagen en liturgische workshops georganiseerd - tussen 1980 en 2011 ruim honderdveertig – in Nederland en de Duitstalige landen. In samenwerking met Birgitta Kasper-Heuermann en Annette Rothenberg-Joerges werkt hij aan de Duitse vertaling van het repertoire van de Amsterdamse Studentenekklesia (zie ook www.huuboosterhuis.de). Kees Kok is lid van het liturgisch team van de Amsterdamse Studentenekklesia en was tot 1995 redacteur van Werkschrift, van 1995 tot 2011 van Roodkoper en thans van Nieuwe Liefde magazine. Sinds de oprichting in 1996 is hij eindredacteur van de Maandbrief voor Leerhuis & Liturgie.
In deze periodieken verschenen artikelen van zijn hand over theologie en theologen (onder anderen Eugen Drewermann en Harry Kuitert), liturgie en kerkmuziek, recente kerkgeschiedenis, de islam en uiteenlopende politieke onderwerpen. Daarnaast schreef hij drie boeken: 'De vleugels van een lied. Over de liturgische poëzie van Huub Oosterhuis', Ambo, Baarn 1990; 'Licht dat aanblijft', Kok, Kampen 1990 en De kunst van de liturgie, Gooi & Sticht, Kampen 2004. Kees Kok is getrouwd en heeft drie kinderen en twee kleinkinderen.
